tekstschrijven stinkt

want het leukste heb je gehad.

De chemie tussen jou en degene die je interviewt, een gesprek dat loopt, enthousiasme. Wat eerst nog vaal en flubberachtig was, vangt lucht en krijgt vorm.

‘Verhip!’ roept de geïnterviewde uit. “Een luchtballon!”

En zo is het. “In welke kleuren eigenlijk?”, wil hij weten. Ik grijns en zet de brander harder zodat de ballon groter wordt en hij het kan zien.

“Beschrijf het es?” vraag ik. De geïnterviewde gaat er eens goed voor zitten. Ik ondersteun waar nodig, moedig aan, plaats vraagtekens. Totdat alle kleuren gevangen zijn en de lucht weer uit de ballon kan.

Bij het handje schudden beloof ik een replica van de luchtballon, in dezelfde of nog mooiere kleuren.

En daar begint de uitdaging. Want luchtballonnen leven inblazen is één, maar ze nabouwen is een tweede!

Suske en Wiske in Syrië

… Nee, hij bestaat (nog) niet. Maar wel talloze waargebeurde stripverhalen. Over oorlogen en opstanden.
Verteld door de journalist, verbeeld door de tekenaar.

Een Syrische man maakt foto’s van lijken die vlakbij zijn huis in Aleppo aanspoelen. Iedere dag vragen tientallen mensen of hij misschien een familielid heeft opgevist.

 

Bron: www.stripjournaal.nl

Het Belgische dorpje Doel, in het nauw gedreven door booming havenstad  Antwerpen.

Bron: de Nieuwe Reporter.

Heel mooi.
Toch ben ik minstens zo benieuwd naar ‘Jip en Janneke over de IS’.
Of naar Alice’s avonturen in ‘Through the Google Glass’.
Stripfotainment in de klas (of bestond die term nog niet)?